Tweede Paasdag. De ontbijttafel stond vanmorgen vroeg vol lekkers, waaronder… jawel hagelslag. En ineens dacht ik terug aan vroeger. Aan dat ene moment waarop ik… hagelslag moest sorteren.
Wacht, wat?
Ja. Echt. Hagelslag sorteren.
Laat me je even meenemen in het verhaal.
Een hagelslag-afspraak
In de winkel zagen we een speciale paaseditie staan: een doosje met bruine en gele hageltjes. De gele smaakten naar banaan. Kan best lekker zijn toch? Na flink aandringen mochten we het meenemen. Maar: alleen als we het ook echt zouden eten. En als we het niet lekker vonden? Dan zouden we het sorteren. De chocoladehagelslag bewaren, de gele weggooien.
Thuis proefden we allebei. Bah! De banaansmaak was ver-schrik-ke-lijk! Nog nooit zoiets vies geproefd.
Sorteren dus! Mijn zusje haakte af: “Dacht het niet!”.
En ik? Ik sorteerde hageltje voor hageltje. Want we hadden dat afgesproken. En als je eraan begint, dan maak je het ook af. Toch?
Toen mijn vader na een paar minuten zei: “Het is wel goed zo” dacht ik: Nee hoor. Ik ben nog niet klaar.
Voor sommige kinderen is stoppen geen optie
Wat voor de één voelt als “ach joh, laat maar zitten”, voelt voor de ander als een belofte die verbroken wordt. En juist bij hoogsensitieve kinderen speelt dat gevoel vaak sterker.
Deze kinderen:
✔ nemen beloftes en afspraken heel serieus
✔ voelen zich verantwoordelijk voor wat is afgesproken
✔ kunnen moeilijk schakelen van ‘doen’ naar ‘laten’
✔ hebben een sterke innerlijke drang tot afronding
✔ raken uit balans als iets niet “af” voelt
Voor hen is een taak geen losse handeling. Het is iets wat ‘klopt’ en dat moet af.
Een half afgemaakte klus geeft onrust in hun hoofd en lijf.
Wat gebeurt er vanbinnen?
Hoogsensitieve kinderen hebben een diepgaande manier van informatie verwerken. Een afspraak of taak is niet zomaar iets wat voorbijgaat. Het wordt intern opgeslagen, gewogen en gevoeld. En dus voelt stoppen halverwege als iets dat niet klopt.
Alsof je midden in een zin ophoudt met praten.
“Zullen we het anders gewoon laten?”
Dat voelt voor een HSK niet logisch. En niet prettig.
Wat helpt wel?
In plaats van te zeggen: “Laat maar, hoeft niet meer”, kun je beter:
✔ Benoemen wat je ziet: “Je wilt dit graag afmaken hè?”
✔ Erkenning geven: “Dat snap ik, het was ook zo afgesproken.”
✔ Keuze bieden: “Wil je het zelf afmaken of straks samen?”
✔ Helpen afronden op een manier die ‘kloppend’ voelt voor je kind.
Soms gaat het niet om het resultaat, maar om het gevoel van afronden. En daar is helemaal niks mis mee.
Herken je dit?
Misschien heb je zelf een kind dat moet afmaken wat het begonnen is. Zelfs als jij het allang goed vindt.
Of herken je jezelf? Van vroeger? Dat je altijd iets af wilde maken, tot het echt klaar was?
Dan weet je: dit gaat niet alleen om hagelslag.
Het gaat over hoe je iets beleeft, diep van binnen.
Geef van tevoren aan dat afspraken kunnen veranderen. Zeg bijvoorbeeld:
“Als we het niet lekker vinden, kunnen we het samen bekijken. Misschien gooien we het weg, misschien sorteren we het.” Dat geeft je kind alvast wat ruimte om flexibel te blijven.
Dus ja, soms betekent het: paashagelslag sorteren tot je erbij neervalt. Dat zegt niet dat je kind koppig is. Het zegt: dit kind neemt dingen serieus. Diep vanbinnen. En dat is iets om te koesteren.
Laat het me weten als je dit herkent. Of als jij ook een hagelslagverhaal hebt 😉