Ik hoor het haar nog zeggen, op het bankje naast me: “Wil je nog een maisfinger, schat?”
Ze draait zich naar de persoon naast haar en zegt: “Hij zit vast in een groeispurt, hij blijft maar vragen om eten.”
Maisfingers zijn dé babysnack van het moment. Iedereen kent ze, iedereen koopt ze, elke baby lijkt ze te eten. Volgens de verpakking mag je kind er zelfs 3 tot 5 per dag van hebben. En wat klinkt het allemaal prachtig: 100% biologisch, glutenvrij, zonder toevoegingen. Puur natuur.
Als je de verpakking mag geloven, dan zijn de maisfingers fantastisch. “Elke baby wordt blij van maisfingers. Gezond, 100% biologisch, vrij van gluten, melk, lactose en zonder extra toevoegingen. Puur natuur.”
Maar wat geef je eigenlijk echt?
Laten we even kijken
Maisfingers bestaan uit, verrassend, mais. En zonnebloemolie en thiamine (vitamine B1). Je zou meteen kunnen denken dat het helemaal prima is. Niet teveel ingrediënten. Geen troep of schadelijke E-nummers. En er zit zelfs vitamine in.
Maar kijk je naar wat het bijdraagt? Dan is het antwoord: niet veel.
Maisfingers zijn vulling.
Geen voeding.
Er zitten geen voedingsstoffen in die bijdragen aan de ontwikkeling of groei van je kind. Sterker nog: mais kan de bloedsuikerspiegel snel laten stijgen, is moeilijk verteerbaar (vooral in de darmen van baby’s, dreumessen en peuters, want die zijn nog in ontwikkeling) en bevat relatief veel omega 6, dat ontstekingsbevorderend kan werken.
En toch geven we het massaal. Waarom?
Gemak, gewoonten en goedbedoelde marketing
We willen het goed doen. We zoeken naar makkelijke oplossingen. En we vertrouwen op de verpakking.
En daar zit het ‘m precies in: het lijkt voedzaam, maar het is vooral handig. En er wordt op ingespeeld dat “iedereen het doet”.
Maar voeding draait niet alleen om vullen en dat vergeten we soms. Het draait ook om wat je lichaam ermee kan. Om wat je kind ervan leert. En om wat je ermee wilt meegeven.
Hoe maak je het voedzamer?
Een handige vuistregel voor een voedzamer tussendoortje:
Kies iets met eiwit en vet + iets van koolhydraten + een groente of stukje fruit.
Deze combinatie helpt om de energie van je kind stabieler te houden, zorgt voor een voller gevoel en kan helpen om energiedips te voorkomen.
• yoghurt met appel, kaneel en rozijnen
• groentemuffin
• volkorencracker met avocado
• plakje bananenbrood
• fruitspiesjes met kokosrasp
• wafel of pannenkoek van volkorenmeel of speltmeel
• volkorenbeschuit met appelstroop
Makkelijk te maken, goed vullend en voedend.
Je kind went zo aan pure smaken, voelt zich verzadigd en krijgt bouwstoffen binnen die helpen groeien en ontwikkelen. En wil je kind liever een koekje? Bied het dan aan met iets voedzaams erbij. Bijvoorbeeld een koekje en een paar plakjes komkommer. Zo leer je: alles mag, maar wel met balans.
Eten is meer dan vullen
Wat we eten, is meer dan wat op ons bord ligt.
Voeding is ook herinnering. Rituelen. Verbinding.
Samen aan tafel. De geur van iets vertrouwds. Iets wat je vroeger kreeg van je moeder. Of juist een traditie die je nu zelf creëert met je kind.
Het is ook hoe we leren omgaan met honger, verzadiging, verleiding.
Hoe we een gezonde relatie ermee ontwikkelen.
Dat begint al bij de eerste hapjes. De keuzes die je maakt in wat je aanbiedt, maar ook hoe je het aanbiedt. Gezellig. In rust. Zittend aan tafel. Zonder afleiding. Met aandacht voor elkaar en het eten.
Of onderweg in een haastig momentje tussen alles door.
Het mag allemaal. Maar het is goed om af en toe even stil te staan bij de vraag:
Wat geef ik eigenlijk mee?
Niet alleen qua voeding, maar ook qua gewoontes, verwachtingen en gevoel.
Voeden mag terug naar de basis
Eten hoeft geen ingewikkelde missie te zijn.
Maar het is wel goed om te kijken naar wat iets doet in het lijf van je kind. En in je eigen lijf. Voeding is zorg, aandacht en verbinding. Met jezelf en met elkaar.
De volgende keer dat je een tussendoortje geeft:
stel jezelf eens de vraag… voed ik, of vul ik?
Gewoon om er even bij stil te staan.